Geestelijk verzorger Mariëlle over haar werk

In deze estafette column vertelt een medewerker van Meander over zijn of haar werk. Dit keer is dat Mariëlle van der Wijck. Zij werkt als geestelijk verzorger binnen diverse locaties van Meander.


Als ik mijn hoofd om de deur steek zie ik haar lachen. Broos en breekbaar ligt ze in haar bed. De handen over de dekens gevouwen, haar haren mooi in de krul. “Ik hoorde je al aan komen klikken” lacht ze, kijkend naar mijn hakken. Ze was op me aan het wachten. Hoe mooi is dat. Ze hoorde het geklik in de gang.

Sinds zes jaar werk ik als geestelijk verzorger binnen Meander. Daarvoor was ik receptioniste in de Hambos. Ik was de mevrouw die altijd op de vaste plek zat. Die nergens heen ging en tijd vrijmaakte voor een luisterend oor.  Ik heb veel verdriet gezien en gevoeld bij families. Voorafgaand of na hun bezoek aan vader of moeder wilde zij vaak hun verhaal kwijt. Ik wilde daar meer mee doen en ben na mijn vijftigste nog theologie gaan studeren in Rolduc. Deze zesjarige opleiding naast mijn werk,  was zonder steun van mijn gezin met vier kinderen niet gelukt. Een heel andere wereld, maar eentje die me gelijk paste.

Ik vind het jammer dat mensen me vaak zien als ‘de mevrouw van de ziekenzalving’ of dat ik reacties krijg als ‘ik heb niets met het geloof’. Dat hoeft ook niet. Ik ben er als geestelijk verzorger voor iedereen die in een moeilijke situatie zit. Gewoon van mens tot mens. Praten is net zo goed als bidden. Ik bepaal niets, laat alles over aan de persoon die me op dat moment nodig heeft. Het doet er ook niet toe wie ík ben en wat ík wil, maar het gaat juist om die ander. Aandachtige nabijheid uitgedrukt in tijd, aanwezigheid en eerlijkheid, dat is de basis.  

Het mooie van dit vak is dat je gelijk de diepte in gaat. Elke ontmoeting met een mens die getroffen wordt door diepe pijn maakt ons tot onmachtige toeschouwers. Het vraagt nederigheid om het leven te aanvaarden zoals het is. Wij allen zijn kwetsbare mensen, we verliezen meerdere malen de weg in het bestaan van ons leven. Ik zie mezelf als een metgezel die meegaat in het lijden van de ander.

“Ik zie mezelf als een metgezel die meegaat in het lijden van een ander”

Ik werk vanuit diverse locaties, waaronder ook het hospice. Naast de woord- en communiediensten en de gespreksgroepen die ik verzorg, zijn het vooral de individuele gesprekken die mijn beroep maken tot wat het is. In een lijdensfase willen mensen hun familie vaak ontzien, maar bij mij mogen ze hun levensverhaal delen.

Het lichaam van een mens bestaat niet alleen uit vlees en bloed. Voor het lichaam is vaak de meeste aandacht. Denk aan de dokter die een spuit komt zetten of de verzorgende die iemand komt wassen. Maar geest en ziel zijn minstens zo belangrijk. Iedereen die in een zorginstelling woont, heeft een traject van rouw en verlies achter de rug en dat raakt hier verder versneld.  Van de tien mensen die ik spreek zeggen ze alle tien dat ze nooit gedacht hadden dat dit hen zou overkomen. We zijn gewend de dood weg te stoppen. Het went ook niet, zelfs niet in mijn vak.

Vorige week was een 91-jarige mevrouw gestorven. Haar kleindochter was huilend haar nagels aan het lakken als een laatste eerbetoon. Zo’n tafereel raakt me. Maar ten diepste is de geestelijk verzorger maar met één ding bezig: “medemenselijkheid”. Dat ik dit werk mag doen, zie ik echt als een voorrecht.

Ben of ken jij iemand die behoefte heeft aan een gesprek met een van onze drie geestelijk verzorgers? Kijk dan voor meer informatie op deze pagina.