Marco
Carolien Beaujean
Auteur Carolien Beaujean 11 september 2019

Nadat ik heb aangebeld, blijft het een hele tijd stil. Dan gaat de deur voorzichtig open en verbaasde ogen kijken me aan. Ik heb een lunchafspraak met de 42-jarige Marco uit Kerkrade. Op zijn verzoek bij hem thuis, want lopen gaat heel moeilijk. Als ik hem de meegebrachte broodjes laat zien, herinnert hij het zich pas weer. “Ik weet vaak niet meer welke dag het is” excuseert hij zich als we op zijn bank in de kamer plaatsnemen. Zijn twee katten dribbelen nieuwsgierig om me heen.“Ik slaap zo veel. Dan weet ik bij het wakker worden niet eens of het ochtend of middag is.”

Marco zet de televisie uit en schuift de gordijnen iets open, zodat het zonlicht binnenvalt. Hij beweegt zich wankel. De sufheid komt door alle medicatie die hij slikt. Vier keer per dag komt de thuiszorg hem eraan herinneren. Maar hoe zijn geheugen hem ook in de steek laat; hij weetgoed te vertellen wat er de laatste jaren is gebeurd. Hoe zijn karakter veranderde en niemand hem meer begreep. Marco steekt een sigaret op en buigt voorover, zijn blik op de grond gericht. 

"Ik weet soms niet meer welke dag het is", excuseert hij zich.

Hij vertelt hoe hij als 28-jarige een normaal leven leidde. Hij had een baan, een leuke vriendin en een koophuis. Toen hij op een dag op zijn werk instortte, dacht iedereen aan een burn-out. Dat zijn gedrag veranderde zou daar wel mee samenhangen. Hij raakte depressief en om die geestelijke pijn te verlichten begon Marco zichzelf te snijden. Diepe wonden die hun sporen hebben nagelaten. Hij laat het me zien.Marco vond een tweede uitvlucht in drugs. “Extreem veel” vertelt hij. “Twee creditcards vol cocaïne.” Na een overdosis pillen kwam hij in een GGZ-kliniek, maar eenmaal thuis ging het steeds weer mis. Nieuwe zelfmoordpogingen volgden, in zijn auto waar hij een gasslang had aangesloten en met een revolver buiten de kliniek in een vluchtpoging. Pas toen hij een epileptische aanval kreeg kwam er meer duidelijkheid. Marco bleek een hersentumor te hebben. “Ergens was ik blij met die diagnose. Ik wist gewoon dat er iets niet klopte.” Hij kijkt strak voor zich uit. Heel af en toe richt hij zijn blik op mij, om terug te staren naar de grond.Als in een diepe put waar zijn verhaal verscholen zit. “Ik was inmiddels berucht in de wijk”, lacht hij bitter. “Ik gebruikte alles door elkaar: GHB, wodka, speed. Kwam vaak met de politie in aanraking.” Hij toont de schotwond op zijn buik als bewijs.

Ik wist gewoon dat er iets niet klopte.

Sinds januari dit jaar is hij volledig clean.Zijn enige drug is nu nog de medicatie, een hele kast vol. Tegen de pijn én om rustig te blijven. De hersentumor is grotendeels verwijderd en al die jaren stabiel gebleven. Maar er is teveel kapot gegaan. Zijn gehoor en het gevoel in zijn linkerarm en -been.Naar buiten komt hij zelden. “De laatste vijf jaar zijn echt kut. Ja, het is allemaal draaglijk door alle pillen, maar wat heb ik nu nog? Een deel van mijn hersens is aangetast waardoor ik beginnende dementie heb en ook Parkinson.”

Onze blikken ontmoeten elkaar. Zijn halsdrager bungelt op en neer, een noodmiddel voor als hij valt. Een paar jaar jonger dan ik en zijn euthanasieverklaring is ingediend. “Waar staat het Chinese teken voor” vraag ik, wijzend naar zijn arm. “Dat betekent geluk” zegt Marco en we zijn allebei een moment stil. Dan gaat hij rechtop zitten. “Kom, laten we nu onze broodjes gaan eten.”

Auteur